Afbeelding

Zorg

Algemeen

”Het blijven je kinderen,” verzuchtte de man, met wie ik in een wachtkamer van het ziekenhuis in gesprek raakte, het soort gesprekjes, waarvan je het gevoel overhoudt, dat je niet de enige bent, die zich ergens zorgen over maakt. Als je in het ziekenhuis een bekende tegenkomt, is de gebruikelijke vraag: ”Alles goed?” grotelijks misplaatst. Nog afgezien van de onvermijdelijke feitelijkheid, dat nooit alles goed kan wezen, dan zou je in de volmaakte wereld leven en dat kan alleen de hemel zijn. Als die bestaat; in vroegere tijden bestond die hemel wellicht wel, maar was de groep mensen, die erin geloofden aanzienlijk groter. En dat je daar ”rijstepap met gouden lepeltjes” at, geloofde je als kind misschien ook nog. Dus moest rijstepap toen wel als een bijzonder exquise, luxe gerecht beschouwd zijn en die lepeltjes van goud vielen uiteraard helemaal in de buitencategorie van onvoorstelbare rijkdom.

Het ziekenhuis dus is wel de minst waarschijnlijke mogelijkheid waar ”alles goed” is.

De man naast me maakte zich ernstige zorgen om zijn dochter, bij wie borstkanker geconstateerd was. Uiteraard maak je je druk om het welzijn van je kind, deel je geluk en ongeluk, leef je mee in voor- en tegenspoed. Of dat kind nu vijf jaar oud is of vijftig. Zoals in het liedje ”Op een mooie Pinksterdag” een vader zich zorgen maakt over zijn dochter, die zwanger is: ”het kan van de behanger zijn, of van een Franse zanger zijn, of iemand uit Den Haag.” 

Hoe verdrietig moet het wel zijn, als om de een of andere reden er totaal geen contact meer bestaat tussen ouders en kind. Je kunt je eigenlijk nauwelijks voorstellen, dat je dan als vader of moeder nooit meer aan hem of haar zou denken. Dat je je dan nooit zou afvragen: hoe gaat het er eigenlijk mee? En dat je dat dan je verdere leven mee moet zeulen. 

Dat zijn de particuliere zorgen van mensen; als we het hebben over DE zorg, bedoelen we weer iets anders: al die instellingen en mensen die medische of andere zorgverleners. Je wordt in de allermeeste gevallen vriendelijk behandeld. Je treft zelden chagrijnige zorgverleners, verpleegkundigen, therapeuten of artsen aan. Dat wil natuurlijk ook niet zeggen, dat in de zorg alles goed gaat. Wat je bijvoorbeeld als patiënt meteen opvalt: het doktersconsult begint er steevast mee, dat de arts meteen op zijn computer gaat kloppen. En inderdaad is de terechte klacht van alle zorgverleners, dat ze een derde van de tijd bezig zijn met administratie, vastleggen, protocollen lezen, en zo verder en zo voorts.

Beweren, dat migranten een buitensporig beroep op de zorg claimen en zo de druk hoog opvoeren is gewoon misleiding. Als u wel eens in aanraking komt met zorgverlening, en naarmate uw leeftijd voortschrijdt neemt ook die kans evenredig toe, zal het u ongetwijfeld opvallen, hoe vaak die zorg verleend wordt dóór migranten. Zij zijn dus eerder een deel van de oplossing dan van het probleem.

Uit de krant